Wereldvrouw

In het laatste hoekhuis van de straat woonde mevrouw Rozendaal. Mevrouw Rozendaal droeg haar lichtbruine haar losjes achterover gestoken in een rommelige knot. Elke zondag ging mevrouw Rozendaal tweemaal naar de kerk. Deze kerk had zijn eigen kledingvoorschriften: alleen met zwarte kousen en een rok tot over de knieën werd je er binnengelaten. Mevrouw Rozendaal was gezegend: ieder jaar kreeg ze een kind, soms ook twee. Toen haar oudste dochter veertien was, had mevrouw Rozendaal zodoende zestien kinderen, waarvan drie tweelingen. Van één jongetje was het rechterbeen afgezet. Godzijdank was de polio de andere kinderen bespaard gebleven.

Lees verder

Altijd vakantie!

`Mama, ik wil nu een keer een eerlijk antwoord: koopt de Kérstman alle cadeautjes of doen jullie dat?` We zijn bijna klaar met eten. Nieuwsgierig en een beetje ongemakkelijk kijkt Frederik me aan. Ik prop Max het laatste stuk aardappel in zijn mond.

´Waarom vraag je dat lieverdje?` Tijd rekken is nu het devies.

`Op school zeggen sommige kinderen dat de ouders de cadeautjes kopen.`

`Ach zo.`

`Ja! Dus?`

Lees verder

Glienicker Brücke

Tweede kerstdag, het is bijna middernacht. De versgevallen sneeuw knispert onder onze voeten. Verder is het doodstil. Roerloos buigen de takjes van de bomen en struiken diep door onder hun aangevroren witte last. Er zijn geen andere mensen en alleen de sterren verlichten het smalle kronkelpaadje door de ijskoude nacht. Op de heuvel verderop worden de imposante muren van het eeuwenoude Schloss Babelsberg zacht aangelicht. Sprookjesachtig en spookachtig tegelijk. Over de Havel – de rivier die Berlijn van Potsdam scheidt – hangen flarden mist. Maar misschien vergis ik mij en zijn de zacht deinende doorschijnende nevelstrengen witte wieven. Voor even hebben ze hun Schloss mogen verlaten en zwieren ze – zich onbespied wanend – over het pikzwarte water. Een elegante vrijheidsdans.

Lees verder